|
woelen en omdraaien dieper in het deken duiken en steeds weer dat hart dat klopt. ogen sluiten en rustig worden, jezelf afvragen hoe het komt maar steeds weer dat hart dat als een razende te keer gaat. de hele nacht, uren verstrijken tot het rode ochtendlicht door het dakraampje binnensluipt en nog steeds… wilde dromen en venijnige halfslaapjes op de linkerzij of op de buik of rug maar dat hart dat bonkt tegen de muren van het zolderkamertje. het mag niet. denken het mag niet ik zou hier niet moeten liggen maar ik doe niets verkeerds en hij zeker niet met zijn rustige ademhaling en volslagen onwetendheid van mijn verwardheid. omdat het niet zou mogen hoewel geen enkele aanraking behalve kleine gevechten voor het grote deken in het grote bed de leden zweten en de adem maakt kringetjes boven het deken. zou hij weten voelen dat hij een ongevaarlijke bedreiging maar hij blijft maar slapen en ik naar adem happen. het huisje uit sprookjesland met elfenlampjes en tafeltjes stoeltjes en houten trappen naar de hoogste sferen met luikjes die opengaan en muziek die de geesten vult en gemoederen tot twee kinderen hun hoofden hun ogen sluiten de melodie doordringt en vult met welgekomen rust en praten boven vanillethee. rook kringelt door de muren en kijken naar de kunstwerken op zijn lichaam de verhalen die mondjesmaat hun schuilplaats verlaten nee ik rook niet ook geen wiet ik drink al koffie da’s al erg genoeg je hebt nog die onschuld zegt hij met zijn blik van jonge honden ken je dit lied nee. zij kent het wel daar ben ik zeker van en al het andere ook en ze zou hier uren kunnen vertoeven voorschot op de hemel en samen met jou een zwaar bier drinken en genieten en ze zou niet zoveel praten maar je zou dat niet erg vinden. kook met kokosmelk zegt hij en ik zeg dat zou zij heerlijk vinden maar ik niet. kijkt met oerwoudogen onschuldig misschien moet ik haar hier eens uitnodigen verwarmt zijn handen in het haardvuur we hebben zoveel gemeen. haar nummer laat ik achter op de keukentafel en grap nog zij is één der laatste onbereikbaren. en ik vertrek schiet in mijn volle kleren de dag trotseren ik blijf in kamerjas glimlacht kijkt hij me na het sneeuwt lacht hij en ik vraag waar en kijk verwonderd ik ga wandelen met de hond uit het asiel zegt hij en kom gauw eens terug ik beloof niets maar wil het wel ik vertrek mijn hart wordt rustig.
21-12-2007, 11:18:39 La fille Cé.
|