|
En dan gaan we weer dromen. Tranen die wel willen maar niet kunnen en woorden die vaak te veel te weinig te banaal ik wilde dat ik anders was. Hoesten omdat spreken veel te saai geworden is jou missen omdat bij jou zijn geen pijn doet en morgen mooier willen worden maar toch dat korte jurkje terugbrengen. Hopen dat de wereld ook bij mij bij jou stopt klopt en dat we dan lachend door dat gaatje kijken dat de hoofden zo vervormt en dat de wereld hard begint te bonzen op die deur van blauw verlangen en roept hier ben ik doe open ik kom misschien nooit meer terug. Maar ik ben slechts wie ik geweest ben veel te strikt vol metrum holle volle woorden steeds weer woorden die ik braak als zoete broodjes kijk ik doe het weer wanneer zal ik eens zomaar simpel zeggen ik ben ik eet je vindt genade in mijn ogen. Zondag is de stad van mij. [Ik ga ook vergeten dat jij bestaat. Verliezen. Eén keer dronken zijn en dan weer helder in jouw ogen kijken. Me afvragen of god ooit nog terugkomt. Vrezen dat ik weke woorden schrijf. En dan een traan verlangen. Nu.] Ga toch slapen. Voel de vlekken op de muur. Ze zijn niet van mij. Eet nog vlug wat marsepein. Huil maar. Dan komt de grote show en zal ik zomaar weggestemd worden. Vergeet me. Verleer me. Verander me niet. Laat mij mijn tanden poetsen met mijn vingers. Ik zal lijden voor de hond. Ik hoop dat je dat goed doet morgen met je nettoloon. Ik ben niet de poëzie.
24-10-2007, 13:49:12 La fille Cé.
|