|
Waarom ik nu met tranen in mijn ogen zit. Waarom ik voor het eerst sinds een eeuwigheid een meisje als grote voorbeeld heb in plaats van een jongen. Voor één keer doet het er niet toe hoe het eruit ziet wat ik schrijf. Want zij schrijft ook zo. Ze mikt de woorden rechtstreeks van haar hoofd op het “papier”. Ik weet dat het een groot geheim was en dat ik het niet mocht weten. Maar ik ben Suzan. Geheimen worden me steevast in de schoot geworpen. Zomaar. Omdat ik het niet verdien en toch ook weer wel. Omdat ik met de kennis die ik heb luchtbellen maak en protserige illusies. Omdat ik lééf van hun verhalen. Mijn hoofd doet pijn, mijn neus zit verstopt met slijm, mijn hart bloedt en mijn ogen prikken. Ik heb een godenkind gevonden tussen tranen en lachen en veel te eerlijke verhalen van een meisje met talent. Liefste quasi-onbekende, als ik een jongen was zou ik spontaan het mooiste gedicht van de wereld voor je dichten, met krijt op de grond voor je kot schrijven dat ik van je hield en een stukje chocolade aan je opdragen. Maar ik ben een meisje, dus kan ik je enkel platonisch beminnen, torenhoog bewonderen en mezelf tegen wil en dank verplichten je geheim, voor één keer alsjeblieft Suzan, te bewaren bij mezelf. Voor jou, omdat ik er net nog eentje in de wachtrij voor de prullenbak had staan, een vruchtje van mijn fantasie, een verlegen poging tot poëzie: Illegaal verbeelding loopt de muren op en af en toe verdwijnt een woord in mazen van mijn wetten hopen loze letters pogen zonder paspoort grenzen te passeren gesmokkeld tussen witregels en taal om verzen te verzinnen ik ploeter wroet in poëzie maar weet niet hoe beginnen
(ik ben nog steeds geen jongen maar ik zeg het toch: ik hou van jou!)
04-10-2007, 23:51:03 La fille Cé.
|