|
Je ogen. Het zijn je ogen. Die blik waarmee je dwars door alles heen lijkt te staren. Wat hou ik van dat paar indringende kijkers dat de wereld en bijwijlen ook dit kind priemend in de gaten houdt. Je ogen als spiegel van je ziel, van je databank van vlees en bloed waar je het kleinste detail in opslaat. Twee magneten die me aantrekken terwijl de werkelijkheid me teleurstelt: jij en ik, wij delen dezelfde bouwstof niet… Even glimlach ik argeloos, een beetje uit de lucht gegrepen wanneer jij mijlen van me vandaan hetzelfde poogt te doen. Ik bevind me in de stereotiepe pose. Neergezeten op het nagelnieuwe paarse dekbed bezaaid met krulletjes, hoofd tegen de muur geplaatst, armen om de knieën, ogen gesloten, zucht ik en denk ik aan jou. Jij die op datzelfde moment je dochtertje onderstopt of pas thuiskomt en zapt op je gigantische flatscreen. Jij die vlug even bij een goede vriend binnenspringt en daar getrakteerd wordt op een cola, die even je hoofd toont op een verplicht feestje. Jij die misschien wel dezelfde pose aanneemt als deze kotstudente. Alleen hou jij je ogen open en je staart naar het plafond, je afvragend hoe het heeft gekund dat je leven plots in zo’n stroomversnelling terecht is gekomen… Ik aanbid je lichaam. Ik hou van je lichaam zoals het gehuld is in een blauwe overall. Ik ben gek op je lichaam wanneer het in een maatpak gestoken wordt. Ik aanbid je lichaam naakt. Naakt zoals het nooit helemaal naakt zal zijn. Verborgen door een laag die aan je huid kleeft. Tot je hem afgooit. Tot je hem afwerpt wanneer je ’s avonds in je met donkerrode lakens bedekte bed stapt en je ogen sluit voor heel even. En wanneer ik datzelfde ritueel beleef, mijn rode rokje over mijn zwarte nylons naar beneden schuif en daarna diezelfde zwarte laag van mijn benen rol, wanneer ik mezelf in een nachtkleedje wurm en onder datzelfde krullerig paarse donsdeken mijn dromen tegemoet stap, neem ik je mee. En heel even krijgt Freud gelijk. Jij die onder mijn bewuste zweeft, komt naar boven in mijn dromen. Opeens ben je nog mooier, nu je niet meer aan de maten van een beeldscherm voldoet. Levensecht word je en driedimensioneel. Je diepe warme stem klinkt niet meer krakend galmend maar helemaal jezelf. Jezelf zoals ik je zie. Veel te spannend wordt het wanneer we achtervolgd worden en een schuilplaats moeten vinden. Op het cruciale punt, het hoogtepunt, de spanning die ondraaglijk wordt, dan schrik ik wakker en lees dat het half negen is. Ver weg in die aflevering van mijn droom verschijnt de aftiteling. Je legt je hand op mijn wang en kijkt me indringend aan. Een geweerschot klinkt in de verte. Ik moet gaan, fluister je en je verdwijnt met de ochtendnevel. Ik stap uit bed en graai de pot bosbessenyoghurt uit de koelkast. Er ligt een origami vogeltje op mijn kussen. Ik wrijf me in de ogen en grinnik om mezelf… Dromerig, je Cé. http://www.fox.com/prisonbreak
16-10-2006, 11:20:04 La fille Cé.
|